Een dagelijkse portie zelf-afwijzing

Hoe gaat het eigenlijk met mij? Ik moest even het huis uit. Gek werd ik van mezelf, onrustig door het huis schuifelend. Mijn vriendin heeft de afgelopen uren niet bewogen. In mijn badjas en sokken tot over haar knieën ligt ze languit op de bank. Vol bewondering en irritatie kijk ik van een afstandje naar haar. 

"Ik ben even naar buiten, ik word gek hier" zeg ik. "Is goed lief, laaterrr!" roept ze me liefdevol na, wanneer ik de deur dichtdoe. Gister hebben we de hele nacht staan dansen op de ritmes van een Caribisch/Surinaamse band. Nu zit ik aan de gracht, met mijn schrijfboekje. Een rondvaartboot vaart voorbij. Kinderen zwaaien enthousiast naar een voorbijgaande boot. Tot hun zichtbare teleurstelling krijgen ze geen reactie. Dan zien ze mij zitten aan de kant. Ik zwaai en alles is weer (even) goed.  

Het boek "Verslaafd aan Liefde" viel gisteren op de deurmat, waarvan ik de eerste 3 hoofdstukken vanochtend heb gelezen. Dat moest ik van mezelf. Het boek begint met de uitnodiging  om de overtuiging van je diepste zelf-afwijzing te formuleren. Bekende kost waar we op school een jaar lang aan hebben gewerkt. Uit de lange rij met suggesties kies ik: "ik moet succesvol zijn" en "ik ben niet goed genoeg", welke ik aanvul met "ik ben niet welkom hier".

Ondertussen vaart Tygo Gernandt voorbij in een bootje, ogenschijnlijk genietend van het mooie weer. Wat ben ik toch een loser, zit ik hier een beetje te kladderen, zegt een zelf-afwijzend stemmetje. Onder deze angst voel ik dat ik niets liever wil dan schrijven. Maar waarom deel ik dit dan niet? Uit angst voor wat mensen wel niet zullen denken en de oordelen die mij zo welbekend zijn. Wat ben ik toch een lafaard. Dit tegenstrijdige conflict is waar het boek ongetwijfeld dieper op in zal gaan. Ik ben benieuwd.

Omdat het laat was vannacht ben ik vanochtend niet naar mijn kickboks-training geweest. De uren slaap had ik hard nodig. Toch baal ik dat ik niet ben geweest. Ik moet fit zijn, is het oordeel dat voorbij komt. De gedachte: misschien nog maar even hardlopen zo, probeert de zelf-afwijzing nog terug te draaien, maar het is al te laat.

Ik moet ook dat stuk voor werk nog schrijven. Over de toekomst van de zorg. Een mooie kans. Maar nu moet het. En bij moeten komt een verwachting en de mogelijke afwijzing van de ander. Bah, ik wil niet meer. 

Ik ga maar naar huis, het wordt koud buiten.